Wushu Kung Fu

De Chinese vechtkunst Wushu kent een geschiedenis die duizenden jaren teruggaat. Wie zich in deze kunst verdiept, zal merken dat Wushu niet alleen een vechtkunst is, maar ook een dans en een leefstijl. De bewegingen zijn erg sierlijk en doen denken aan ballet. Mensen die Wushu jarenlang beoefenen, zijn vaak rond hun 60e levensjaar nog erg fit en lenig. Zodoende kan worden gesteld dat Wushu niet alleen zelfverdediging is, maar ook een leefstijl.


Wushu Kung Fu

De grondlegger van Wushu Kung Fu is de Indiase monnik Bodhidharma. Rond 250 jaar voor Christus mediteerde deze monnik negen jaar lang voor het Shaolin-klooster. De Shaolinmonniken waren onder de indruk van zijn wilskracht en realiseerden zich dat Bodhidharma ze tot hogere geestelijke niveaus kon brengen. Toen zij dat beseften kozen zij Bodhidharma als leermeester. Hij introduceerde toen in het klooster diverse lichaamsoefeningen. Dit wordt het vroege shaolinboksen genoemd.

 

Bodhidharma leerde de monniken niet alleen lichaamsoefeningen, hij bracht ze ook spiritueel besef bij. Het verhaal doet de ronde dat hij eens op pad was met een aantal andere mensen. Twee kilometer verderop waren er rovers die een valkuil hadden ingericht: een kooi die vanuit een boom naar beneden werd gegooid zodat het slachtoffer geen kant meer op zou kunnen. Bodhidharma wist dit door gebruik te maken van zijn ajna (een chakra precies tussen je ogen waarmee je in de toekomst kunt kijken) en bracht zijn gezelschap hiervan op de hoogte. Hij zei dat zij moesten wachten. Bodhidharma ging alleen verder en gebruikte Tai Chi om alle rovers te verslaan.

 

De naam Wushu wordt regelmatig verward met Kung Fu. Wushu betekent strikt genomen krijgskunst. De vertaling van kung fu is echter "behendigheid". Het woord "kung fu" kan binnen de Chinese taal dus in verschillende contexten bestaan. Men heeft een behendigheid in koken, dus binnen de Chinese taal ook een kung fu in koken. Door Hollywood is de term "kung fu" echter erg populair geworden en is zodoende een synoniem geworden voor Wushu.

 

 

Wushu Kung Fu, welke stromingen zijn er?

Wushu betekent in het Chinees letterlijk "krijgskunst". Alleen in China bestaan er al meer dan duizend afgeleiden van het oorspronkelijke shaolinboksen. Kenmerk van Wushu is dat er vaak imitaties van dieren in verwerkt zitten: zo bestaan onder andere de kraanvogeltechniek, de slangentechniek, de tijgertechniek en de bidsprinkhaan.

 

 

Noordelijke en zuidelijke Wushu stijlen

Men kan binnen Wushu een onderscheid herkennen tussen noordelijke en zuidelijke stijlen. In het noorden in China zijn meer bergen, door de benen vaak te trainen kunnen Shaolinmonniken hoger springen. De zuidelijke monniken van China waren meer gewend om op boten te leven, en zullen zo meer gebruik maken van hun handen (stoten en klappen). Een moderne zuidelijke vorm van Wushu is Wing Chun.

 

 

Interne en externe Wushu stijlen

Binnen Wushu kent men stijlen die intern gericht zijn, zoals bagua en tai chi. Hierbij ligt de focus vooral op de ademhaling en het hebben van een sterke filosofie. Door de ademhaling wordt de conditie van de organen in het lichaam beter.

 

Externe stijlen draaien om de fysieke conditie. Men traint daarbij de spieren. De focus ligt op kracht en lenigheid. Nan quan en chan quan zijn voorbeelden van externe stijlen.